onderzoek onderwijs scenario schrijven

Hollywood

Het Geheim van Hollywood. De Gouden succesformule voor schrijvers, acteurs, regisseurs en alle andere Filmliefhebbers.
Paul Ruven & Marian Batavier
Amsterdam – Theatrebookshop – 2007
ISBN: 978-90-78835-01-1

De titel Het Geheim van Hollywood appeleert natuurlijk aan de lezer die houdt van geheimdoenerij, complottheorieën, maar ook van super-eenvoudige oplossingen voor complexe problemen. Het hele schrijfproces voorstellen als een korte formule H(K2>K1)+Pr=P5 kan bij mensen een heel uiteenlopende eerste reactie uitlokken, gaande van nieuwsgierigheid enerzijds tot minachting anderzijds. Nieuwsgierigheid natuurlijk omwille van het schijnbaar cryptische van de formule; minachting omdat het scenarioschrijven niet au sérieux lijkt te worden genomen. De formule en de aanpak van het boek maken inderdaad op het eerste gezicht een sterk mechanische indruk, in de zin van als je op deze knop drukt, – lees: deze formule toepast -, dan gaat het licht aan, – lees: schrijf je een succesfilm. Nochtans bevat het boek meer dan een formule, althans voor wie gewapend met enige voorkennis tussen de regels kan lezen.

De auteurs hebben een veertigtal succesvolle Amerikaanse films geanalyseerd en evenveel top-scenaristen (die echter niet bij naam worden genoemd) geïnterviewd. Op basis hiervan hebben zij enkele gemeenschappelijke structurele kenmerken vastgesteld en opgetekend in de vorm van een formule.
Het boek is ingedeeld in vier delen. In deel 1 behandelen Ruven en Batavier wat zij noemen de “geheime succesformule”: succesvolle films hebben een hoofdpersonage met een probleem dat hij of zij probeert op te lossen in vijf stappen. Hierbij is het van belang de kijker te boeien voor de grote lukt-het-vraag. Alle goede films, aldus de auteurs, plaatsen het hoofdpersonage voor twee keuzes: een Tweede Keus Leven waarin het hoofdpersonage iets mist en een Eerste Keus Leven waarin de hoofdpersoon op een of andere manier zichzelf realiseert. De weg naar de oplossing van het probleem wordt netjes gestructureerd in acht stappen die te hergroeperen vallen in drie delen ofte acts: act 1 brengt de opzet, act 2 de ontwikkeling en act 3 de uiteindelijke keuze van het hoofdpersonage.
In deel 2 van het boek worden de acht verhaalstappen van het hoofdverhaal samen met de liefdestappen voor een eventuele romantische subplot meer in detail besproken. Deel 3 vat het voorgaande keurig samen en deel 4 biedt een acht-stappen werkblad dat zowel kan dienen voor het schrijven als voor de analyse van een scenario.

Het geheim van Hollywood biedt natuurlijk geen geheime formule, maar wel een heel korte samenvatting van elementen die in tal van andere publicaties voordien zijn gepubliceerd en uitgelegd. Dit begint reeds met de van oudsher bekende drie act structuur, die niet alleen teruggaat naar sommige renaissancistische theaterschrijvers, zoals de auteurs suggereren, maar waarvan reeds sporen terug te vinden zijn o.m. in de geschriften van de Klassieke Grieken en Romeinen. De drie actstructuur vertoont verder qua aanpak sterke gelijkenissen met het paragdigma van Syd Field, maar gaat qua tips inzake sequencing nog een stapje verder. De gemiddelde twee uur durende speelfilm wordt systematisch opgebroken in vijftien minuten durende sequenties, acht dus in totaal, en iedere sequentie wordt vervolgens overzichtelijk besproken qua noodzakelijke ingrediënten. De auteurs gaan er van uit dat naast een hoofdverhaallijn ook een romantische subplot wordt ontwikkeld. Het boek behandelt dan ook afwisselend een achtstappenplan voor de hoofdplot en een dito structuur voor het liefdesverhaal.

Wie zich ergerde aan de rigiditeit van het Syd Field paradigma zal zo mogelijk nog meer moeilijkheden ondervinden met de formule van Ruven-Batavier. Wie echter door of voorbij het patroon kan kijken vindt in dit handboek zeker bruikbare informatie en instrumenten om verhaalmateriaal strak en efficiënt te structureren. De uitwerking van een werkblad dat de acht sequenties van een drie actstructuur gedetailleerd samenvat, kan voor de gevorderde scenarist een houvast bieden om snel degelijke eerste versies van scripts af te leveren. Voor beginnende scenaristen bestaat het gevaar te geloven dat de “formule” volstaat om de grote “lukt het” vraag bij de kijker overtuigend te schrijven. Anderzijds kunnen onervaren scenaristen via dit soort rigiede aanpak, – de auteurs zouden wellicht liever spreken van “concrete” aanpak (cf. Ruven-Batavier 2007:7) -, net zoals Syd Fields paradigma overigens, hun nut halen door ze te gebruiken als didactische oefening. Voor scenaristen die meer controle willen krijgen over hun schrijfproces kan het schrijven volgens dit acht stappenplan een goede oefening bieden. De kunst zal er inderdaad in bestaan om ondanks dit structurele corset toch een verhaal te schrijven dat natuurlijk “loopt” en als nieuw en niet gekunsteld overkomt. Men kan dit soort opdracht vergelijken met het schrijven van een sonnet, waar alle inhoudelijke en vormelijke voorschriften eveneens als een uitdaging worden aanzien en niet als een noodzakelijke belemmering van de artistieke vrijheid. En wie een vlot lopend en overtuigend verhaal ineen kan steken waarbij een hoofdpersonage via vijf plannen een probleem al of niet oplost, kan wellicht ook een verhaal schrijven waarbij het hoofdpersonage dit via twee of vier of vijf acts doet, zoals Raymond Frensham dit voorstelt in zijn handboek Screenwriting (1996) bijvoorbeeld, of in twaalf stappen zoals Christopher Vogler het dan weer uitlegt in zijn The Writer’s Journey (1992). Ook Vogler probeert overigens een en ander spannend te maken door te spreken van een “secret society” (p.5).

Het boek telt in deze editie (slechts) 159 bladzijden en is dus beperkt. Het focust hoofdzakelijk op het structureren van handelingenreeksen in sequenties. Om een groter publiek gedurende twee uur narratief te boeien is natuurlijk veel meer nodig dan wat in de formule is uitgedrukt. Heel wat andere elementen die eveneens van belang zijn voor het efficiënt schrijven en analyseren van scenario’s komen hier dus niet aan bod. Men denke aan de karakterisering van personages, of het gebruik van bepaalde verteltechnieken, het bestaan van structurele varianten en hun mogelijke consequenties. Dat de decoupage van handelingenreeksen in x aantal “plannen” niet altijd onproblematisch is, wordt hier, misschien voor didactische redenen, achterwege gehouden. Wat narratieve eenheid precies betekent, wanneer handelingenreeksen nu wel of niet meer dan een verhaallijn uitmaken, wat de implicaties zijn wanneer manifest verschillende verhaallijnen worden uitgetekend zoals in het vermelde Pulp Fiction, e.d.m. zijn zaken die wellicht omwille van de materiële beperkingen niet aan bod komen, maar die de invulling van de werkbladen danig kunnen beïnvloeden.

Het geheim van de Hollywoodformule is dus toch nog niet helemaal onsluierd, maar wie weet is dit een aanleiding voor de auteurs om een “sequel” op dit werk te schrijven.